[fullwidth backgroundcolor=”no” backgroundimage=”” backgroundrepeat=”no-repeat” backgroundposition=”left top” backgroundattachment=”scroll” bordersize=”0px” bordercolor=”” borderstyle=”” paddingtop=”0px” paddingbottom=”0px” paddingleft=”0px” paddingright=”0px” menu_anchor=”” class=”” id=””][title size=”1″ content_align=”left” style_type=”single” sep_color=”” class=”” id=””]

Snooker  

Bij Poolcafe de Posterij kun je ook terecht om te snookeren. Wij hebben 3 Snookertafels staan!
Ook voor het Snookeren zijn we nog opzoek naar een vereniging of mensen die met ons een vereniging willen opstarten. Interesse?

Snooker is een biljart spelvorm wat zijn oorsprong in Engeland heeft. De tafel voor snookerbiljart heeft voor Nederlandse biljartbegrippen ongekende afmetingen, namelijk 3,50 X 1,75 m. Een vergelijking: het grootste carambolebiljart meet 2,84 X 1,42 m. In de banden om de snooker tafel zijn zes gaten of pockets aangebracht. Doel van het spel is de ballen in die pockets te spelen met behulp van een witte speelbal. Het snooker maakt gebruik van 22 ballen. Eén witte die voor beide spelers de speelbal is. Vijftien rode met een waarde van 1 punt en 6 gekleurde ballen met waardes oplopend van 2 tot 7. De volgorde van het in de zakken spelen van de ballen is voorgeschreven. Eerst een rode bal, dan een gekleurde bal, dan een rode bal, dan een gekleurde bal enz…..

Wordt een rode bal in de pocket gespeeld dan blijft deze daar. Een gekleurde bal wordt steeds weer uit de pocket gehaald en opnieuw in het spel op haar vaste positie teruggebracht. Wanneer alle rode ballen in de pockets zijn gespeeld gaat men over tot de gekleurde ballen. De volgorde hierbij is van licht gekleurd naar donker gekleurd (geel 2 pnt, groen 3pnt, bruin 4pnt, blauw 5 pnt, roze 6 pnt en zwart 7 pnt). Ook de gekleurde ballen blijven nu in de pockets. Zodra de laatste (zwarte) bal in de pocket is gespeeld of een speler is qua punten niet meer in te halen is de partij ten einde. De winnaar is de speler met de meeste aantal punten.

Snookerkeus


De keu is het belangrijkste instrument voor een speler, het is de verlenging van zijn arm. Hij mag niet korter zijn dan 91,44cm en mag geen grote verschillen vertonen met de algemeen aanvaarde vorm. Een keu bestaat uit een zwaarder onderstuk, de grip, een dunner en lichter eind en de pomerans op het uiteinde, het ‘stootkussentje’. De pomerans bestaat uit leer en heeft een ovale of min of meer ronde vorm. Op de pomerans wordt (gewoonlijk blauw) krijt aangebracht voor een goed contact met de cueball. Op hoger niveau krijten spelers hun pomerans na bijna elke stoot, maar het is in ieder geval aangeraden om, om de paar shots het krijtje te gebruiken.

De meeste ‘gewone’ cafékeus bestaan uit één stuk; persoonlijke keus bestaan meestal uit twee tot vier delen, omdat de keu zo gemakkelijker te vervoeren is. Bijna alle gevorderde en professionele spelers met een eigen keu gebruiken tegenwoordig meerdelige keus, maar vroeger was dat anders. Pas in het begin van de jaren 80 begonnen de meeste professionele spelers met een meerdelige keu te spelen. Zulke keus zijn zeker niet slechter dan keus die uit één stuk bestaan. Het is alleen belangrijk dat het mechanisme waarmee de verschillende delen samengehouden worden (meestal schroefdelen) goed blijft werken en niet gaat krommen, maar bij een normale behandeling van de keu zou dat geen probleem moeten zijn.

Het is belangrijk een goede keu te hebben om accuraat te kunnen spelen. Een keu mag eerst en vooral niet krom zijn. Dit kan gecontroleerd worden door de keu schuin omhoog te houden en te kijken vanaf de onderkant of deze bovenaan niet afgebogen is. Een andere methode is de keu even te laten rollen over de tafel; als hij onregelmatig rolt (lichtjes opspringt), dan is hij waarschijnlijk krom. Een keu wordt het best rechtopstaand of in een koffertje bewaard. Een keu die schuin tegen de muur geplaatst wordt, zal na verloop van tijd krom worden.

Voor wie op hoger niveau wil gaan spelen, is een eigen keu vrijwel onmisbaar. De keus in snookercafés zijn vaak niet altijd even goed en het is niet bevorderlijk voor het spel om elke keer met een andere keu te spelen. Een goede basiskeu kost 50 tot 100 euro, (semi-)professionele modellen kosten een veelvoud daarvan. Een dure en als ‘professioneel’ aangeprezen keu is overigens niet noodzakelijk beter dan een goedkoper model; Stephen Hendry heeft bijvoorbeeld de meeste van zijn grote titels behaald met een keu van zo’n 50 euro.

De brug

De brug (in het Engels ook wel de “bridge hand” genoemd) is de manier waarop de speler zijn hand plaatst om de keu erover of erin te laten bewegen. In principe maakt het weinig uit welke brug gebruikt wordt, zolang de keu er maar stabiel over of in kan bewegen. Slechts een geringe beweegruimte of instabiliteit kan er al voor zorgen dat een stoot verkeerd gaat.

De meeste spelers vormen een ‘V’ tussen de bovenste knokkel van hun wijsvinger en hun duim, en laten de keu door deze V ‘glijden’. De duim wordt hiervoor omhoog gedrukt tegen de wijsvinger en de drie andere vingers worden gespreid en opgespannen en met min of meer gelijke openingen tussen de vingers op de tafel gelegd.

Hulpstukken

Bij een snookertafel zijn normaal gesproken verschillende hulpstukken aanwezig. Deze worden gebruikt als het moeilijk of onmogelijk is een brug te vormen met de hand. De meest gebruikte hulpstukken:

- Rest: heeft een kruisvorming uiteinde en is normaal iets korter dan de breedte van de tafel. Dit hulpstuk wordt het vaakst gebruikt en wel wanneer de cueball net iets te ver ligt om hem stabiel te kunnen stoten.
– Hook rest: heeft net als de rest een kruisvorming uiteinde, maar dit uiteinde is bevestigd aan een soort haak. Met de hook rest kan om of over een aantal ballen heen gespeeld worden.
– Spider: heeft een verhoogd uiteinde met drie ‘gleuven’. De spider wordt gebruikt in situaties waarin er een of meer ballen voor de cueball liggen, waardoor de speler er moeilijk bij kan. Er is ook een spider waarvan het uiteinde een stuk uitsteekt, de extended spider.
– Swan neck: heeft een uiteinde dat naar boven gebogen is, wat doet denken aan een zwanenhals. De swan neck wordt in ongeveer dezelfde situaties gebruikt als de (extended) spider: wanneer er verschillende ballen voor de cueball liggen, waardoor deze moeilijk te bereiken is.
– Full butt: een lang verlengstuk met een uiteinde dat drie brede ‘gleuven’ heeft, met een bijpassende lange keu. Op hoger niveau wordt dit hulpstuk nauwelijks nog gebruikt, de meeste spelers geven de voorkeur aan de extended rest of eigen extension (bijv. extenda).

De twee rests bevinden zich aan de korte zijde van de tafel, de full butts aan de lange zijde. De spider, extended spider en swan neck bevinden zich in de regel onder de tafel, in ieder geval in de buurt van de tafel. De swan neck is niet overal beschikbaar, en de extended rest en hook rest zijn bijna alleen op professionele toernooien te vinden